06-17072469

Dromen en Onbewuste

"Een donker bos. Vanachter een boom doemt een schim op. Doodsbang sla je op de vlucht. De man nadert, jij rent. Je benen verslappen, schreeuwen lukt niet. Net voordat hij bij je is, klinkt de wekker. 
Opgelucht zak je in je kussen. ‘t Was maar een droom."

Met Droomwerk houden we ons bezig met de inhoud van onze dromen en de eventuele boodschap die daarin verborgen ligt. Om deze materie beter te begrijpen leg ik een aantal psychologische termen uit zodat helder wordt waar dromen vandaan komen en wat ze beogen.

Freud, die zich diepgaand met het verschijnsel dromen heeft beziggehouden (Traumdeutung, 1900), beschouwde de droombeelden als een product van ‘in het gewone leven verdrongen’ verlangens, die zich meestal in symbolen uiten. Doordat tijdens het dromen de barrière tussen het bewuste denkgebied en het onbewuste vervaagt, zag hij in de droom een toegangsweg tot de inhoud van het onbewuste.

Volgens latere onderzoekers (Adler, Jung) kunnen zich daarnaast of liever daar doorheen in de droom onbewuste inzichten openbaren en kunnen plannen en toekomstmogelijkheden erin verwerkt worden.

Naar mijn mening komen dromen uit een onbewust gebied, het gebied waar we ‘weten’, maar wat we in het hier en nu vergeten zijn, het gebied waar alle ervaringen liggen opgeslagen, ook van andere incarnaties. Vandaar dat het mogelijk is te dromen over de middeleeuwen of een andere tijd zonder dat je daar nu zoveel van afweet.

Het collectief onbewuste, een term van C.G. Jung, is dat reservoir van ervaringen van alle wezens ooit dat ons met elkaar verbindt. In dromen vinden we beelden terug die door de eeuwen heen steeds dezelfde blijken te zijn. Dit noemt Jung “Archetypische beelden”, dat zijn beelden en symbolen komende vanuit het collectief onbewuste. Voorbeelden zijn: de Moeder in verschillende gedaantes, de goede en de boze moeder, ook de heks, dieren waaronder fabeldieren, demonen, helden, tovenaars, vuur, water en wind. Het Vader archetype is een symbool, een beeld dat staat voor de projectie van de archetypische vader op de persoonlijke vader. Ook beschouwen we onze ouders als een soort Goden, de Godsprojectie op de ouders.

Ik ga er vanuit dat elk wezen bestaat uit een mannelijk en een vrouwelijk deel.

Begrippen van Jung:
Anima: het in het onbewuste verankerde vrouwelijke( dat is verenigende, voedende, ontvankelijke) principe bij de man.
Animus: het in het onbewuste gewortelde mannelijke (d.i. logisch vormende, naar beheersing en verovering strevende) principe bij de vrouw.

We worden geboren en dan opgevoed door onze ouders. We krijgen te maken met hun normen en waarden die ingebed zijn in een collectief waardenstelsel dat ook geografisch is bepaald. Wanneer we erbij willen horen moeten we een deel van ons eigen zelf opofferen in ruil voor de illusie dat we ‘goed’ zijn. Eigenschappen die door de omgeving niet getolereerd worden moeten we verdringen of onderdrukken.

Onderdrukking en verdringing zijn de voornaamste methoden waarmee het individu probeert zich aan te passen aan de omgeving.

Onderdrukking: Bij onderdrukking worden die eigenschappen die door de omgeving niet worden getolereerd, uitgeschakeld. Dit gebeurt bewust en wordt in de opvoeding ook systematisch ontwikkeld. Dit onderdrukken gaat gepaard met het gevoel dat je iets van jezelf opgeeft. Dit veroorzaakt lijden. Je weet dat je dit offer brengt. Bij onderdrukking blijven de uitgeschakelde inhouden wel in verbinding met het ik bewustzijn. Het eert uw vader en uw moeder vol blijven houden, terwijl hun gedrag zodanig is dat je hen zou kunnen wurgen. Deze boosheid wordt onderdrukt en je past je zoals altijd weer aan, aan dat wat de omgeving van je verwacht.

Verdringing: bij verdringing hebben de eigenschappen die niet stroken met de norm, de omgeving, de relatie met het bewustzijnssysteem verloren. Ze zijn onbewust of vergeten, althans het ik heeft geen weet van het bestaan. De verdrongen inhouden zijn dus aan de controle van het bewustzijn onttrokken. Deze inhouden leiden ondergronds een zelfstandig en werkzaam leven. Het hebben van een goed geweten duidt op overeenstemming met het waardepatroon dat binnen de eigen gemeenschap heerst, afwijking daarvan duidt op een slecht geweten. Dit komt voor bij trauma’s zoals incest, oorlogsslachtoffers etc. Deze mensen herinneren zich in eerste instantie niets meer van het gebeurde maar hebben wel allerlei klachten die op een trauma wijzen. Ook in nachtmerries komen deze verdrongen beelden en gevoelens tevoorschijn.

De Persona is het masker, datgene waarvoor iemand doorgaat, de wijze waarop hij zich voordoet in contrast met zijn werkelijke individuele zijn. Persona is: gewaad, omhulsel, harnas, uniform, waarachter het individu zich verbergt. Vaak niet alleen voor de wereld maar ook voor zichzelf. Het is de ‘houding’ waarachter de meest bizarre fantasieën schuil gaan. In dromen vaak de figuur met de cape en zwarte hoed.

Schaduw is dat deel dat het ik heeft verdrongen en niet meer kent. Mythologische figuren Kaïn, Judas en Mr. Hyde. Zij vertolkt de eigen onvolkomenheid en aardsheid, het negatieve, dat niet overeenstemt met de absolute waarden. Wanneer iemand altijd aardig is in het dagelijks leven, kan deze persoon dromen over een zeer moordlustig iemand.

Het geweten uit zich bij de onderdrukking als een bewust, bij de verdringing als een onbewust schuldgevoel. Het schuldgevoel berust op de aanwezigheid van de schaduw en wordt individueel en collectief op dezelfde manier uit de weg geruimd, namelijk door schaduwprojectie. De schaduw, het slechte, negatieve, kan de persoon niet als onderdeel van zichzelf ervaren en wordt geprojecteerd, d.w.z. naar buiten verlegd, als het kwaad in de buitenwereld. Deze schaduw moet bestreden, vernietigd worden, en om dat te kunnen wordt er een zondebok gezocht. Vaak mensen die in de minderheid zijn, zoals de Joden in de tweede wereldoorlog, of juist geniaal bijv. Jezus die aan het kruis werd genageld.

De aanvaarding van de eigen onvolmaaktheid is een buitengewoon moeilijke opgave. Elk mens heeft zijn minderwaardige functie en zijn schaduw, en het toelaten van deze kant van de persoonlijkheid is dan ook een lastige opdracht.

Pas wanneer ik de schaduw, het donkere in mezelf kan zien ben ik in staat de saamhorigheid te voelen met de ander.

Dromen komen vanuit het onbewuste en kiezen een symboliek die daarmee correspondeert. Meestal is het zo dat symbolen in een droom staan voor een aspect van jezelf, bijv. je droomt over een persoon die je achtervolgt, de vraag die je jezelf kan stellen is, waar ben ik voor op de vlucht in mijn leven. Of wat wil die persoon eigenlijk van je, kijk om en loop niet weg.

Juist wanneer we denken in een droom, het is walgelijk wat die persoon in de droom doet komt de vraag voor jezelf, wat zegt dit gedrag over mij, zoals een keurige man in therapie droomde over een potloodventer, die hij steeds maar terug in de grond stampte. Hij vond het walgelijk. Toen we de droom uitwerkten merkte hij tot zijn grote schrik dat hij in het dagelijks leven heel stiekem omging met seksualiteit. De potloodventer wilde dat hij meer open daarover zou zijn. Wanneer een energie wordt onderdrukt (zoals agressie) zal hij naarmate de mate van onderdrukking een steeds monsterachtiger symbool kiezen om je duidelijk te maken dat er iets aan de hand is.
"Een donker bos. Vanachter een boom doemt een schim op. Doodsbang sla je op de vlucht. De man nadert, jij rent. Je benen verslappen, schreeuwen lukt niet. Net voordat hij bij je is, klinkt de wekker. 
Opgelucht zak je in je kussen. ‘t Was maar een droom."

Met Droomwerk houden we ons bezig met de inhoud van onze dromen en de eventuele boodschap die daarin verborgen ligt. Om deze materie beter te begrijpen leg ik een aantal psychologische termen uit zodat helder wordt waar dromen vandaan komen en wat ze beogen.

Freud, die zich diepgaand met het verschijnsel dromen heeft beziggehouden (Traumdeutung, 1900), beschouwde de droombeelden als een product van ‘in het gewone leven verdrongen’ verlangens, die zich meestal in symbolen uiten. Doordat tijdens het dromen de barrière tussen het bewuste denkgebied en het onbewuste vervaagt, zag hij in de droom een toegangsweg tot de inhoud van het onbewuste.

Volgens latere onderzoekers (Adler, Jung) kunnen zich daarnaast of liever daar doorheen in de droom onbewuste inzichten openbaren en kunnen plannen en toekomstmogelijkheden erin verwerkt worden.

Naar mijn mening komen dromen uit een onbewust gebied, het gebied waar we ‘weten’, maar wat we in het hier en nu vergeten zijn, het gebied waar alle ervaringen liggen opgeslagen, ook van andere incarnaties. Vandaar dat het mogelijk is te dromen over de middeleeuwen of een andere tijd zonder dat je daar nu zoveel van afweet.

Het collectief onbewuste, een term van C.G. Jung, is dat reservoir van ervaringen van alle wezens ooit dat ons met elkaar verbindt. In dromen vinden we beelden terug die door de eeuwen heen steeds dezelfde blijken te zijn. Dit noemt Jung “Archetypische beelden”, dat zijn beelden en symbolen komende vanuit het collectief onbewuste. Voorbeelden zijn: de Moeder in verschillende gedaantes, de goede en de boze moeder, ook de heks, dieren waaronder fabeldieren, demonen, helden, tovenaars, vuur, water en wind. Het Vader archetype is een symbool, een beeld dat staat voor de projectie van de archetypische vader op de persoonlijke vader. Ook beschouwen we onze ouders als een soort Goden, de Godsprojectie op de ouders.

Ik ga er vanuit dat elk wezen bestaat uit een mannelijk en een vrouwelijk deel.

Begrippen van Jung:
Anima: het in het onbewuste verankerde vrouwelijke( dat is verenigende, voedende, ontvankelijke) principe bij de man.
Animus: het in het onbewuste gewortelde mannelijke (d.i. logisch vormende, naar beheersing en verovering strevende) principe bij de vrouw.

We worden geboren en dan opgevoed door onze ouders. We krijgen te maken met hun normen en waarden die ingebed zijn in een collectief waardenstelsel dat ook geografisch is bepaald. Wanneer we erbij willen horen moeten we een deel van ons eigen zelf opofferen in ruil voor de illusie dat we ‘goed’ zijn. Eigenschappen die door de omgeving niet getolereerd worden moeten we verdringen of onderdrukken.

Onderdrukking en verdringing zijn de voornaamste methoden waarmee het individu probeert zich aan te passen aan de omgeving.

Onderdrukking: Bij onderdrukking worden die eigenschappen die door de omgeving niet worden getolereerd, uitgeschakeld. Dit gebeurt bewust en wordt in de opvoeding ook systematisch ontwikkeld. Dit onderdrukken gaat gepaard met het gevoel dat je iets van jezelf opgeeft. Dit veroorzaakt lijden. Je weet dat je dit offer brengt. Bij onderdrukking blijven de uitgeschakelde inhouden wel in verbinding met het ik bewustzijn. Het eert uw vader en uw moeder vol blijven houden, terwijl hun gedrag zodanig is dat je hen zou kunnen wurgen. Deze boosheid wordt onderdrukt en je past je zoals altijd weer aan, aan dat wat de omgeving van je verwacht.

Verdringing: bij verdringing hebben de eigenschappen die niet stroken met de norm, de omgeving, de relatie met het bewustzijnssysteem verloren. Ze zijn onbewust of vergeten, althans het ik heeft geen weet van het bestaan. De verdrongen inhouden zijn dus aan de controle van het bewustzijn onttrokken. Deze inhouden leiden ondergronds een zelfstandig en werkzaam leven. Het hebben van een goed geweten duidt op overeenstemming met het waardepatroon dat binnen de eigen gemeenschap heerst, afwijking daarvan duidt op een slecht geweten. Dit komt voor bij trauma’s zoals incest, oorlogsslachtoffers etc. Deze mensen herinneren zich in eerste instantie niets meer van het gebeurde maar hebben wel allerlei klachten die op een trauma wijzen. Ook in nachtmerries komen deze verdrongen beelden en gevoelens tevoorschijn.

De Persona is het masker, datgene waarvoor iemand doorgaat, de wijze waarop hij zich voordoet in contrast met zijn werkelijke individuele zijn. Persona is: gewaad, omhulsel, harnas, uniform, waarachter het individu zich verbergt. Vaak niet alleen voor de wereld maar ook voor zichzelf. Het is de ‘houding’ waarachter de meest bizarre fantasieën schuil gaan. In dromen vaak de figuur met de cape en zwarte hoed.

Schaduw is dat deel dat het ik heeft verdrongen en niet meer kent. Mythologische figuren Kaïn, Judas en Mr. Hyde. Zij vertolkt de eigen onvolkomenheid en aardsheid, het negatieve, dat niet overeenstemt met de absolute waarden. Wanneer iemand altijd aardig is in het dagelijks leven, kan deze persoon dromen over een zeer moordlustig iemand.

Het geweten uit zich bij de onderdrukking als een bewust, bij de verdringing als een onbewust schuldgevoel. Het schuldgevoel berust op de aanwezigheid van de schaduw en wordt individueel en collectief op dezelfde manier uit de weg geruimd, namelijk door schaduwprojectie. De schaduw, het slechte, negatieve, kan de persoon niet als onderdeel van zichzelf ervaren en wordt geprojecteerd, d.w.z. naar buiten verlegd, als het kwaad in de buitenwereld. Deze schaduw moet bestreden, vernietigd worden, en om dat te kunnen wordt er een zondebok gezocht. Vaak mensen die in de minderheid zijn, zoals de Joden in de tweede wereldoorlog, of juist geniaal bijv. Jezus die aan het kruis werd genageld.

De aanvaarding van de eigen onvolmaaktheid is een buitengewoon moeilijke opgave. Elk mens heeft zijn minderwaardige functie en zijn schaduw, en het toelaten van deze kant van de persoonlijkheid is dan ook een lastige opdracht.

Pas wanneer ik de schaduw, het donkere in mezelf kan zien ben ik in staat de saamhorigheid te voelen met de ander.

Dromen komen vanuit het onbewuste en kiezen een symboliek die daarmee correspondeert. Meestal is het zo dat symbolen in een droom staan voor een aspect van jezelf, bijv. je droomt over een persoon die je achtervolgt, de vraag die je jezelf kan stellen is, waar ben ik voor op de vlucht in mijn leven. Of wat wil die persoon eigenlijk van je, kijk om en loop niet weg.

Juist wanneer we denken in een droom, het is walgelijk wat die persoon in de droom doet komt de vraag voor jezelf, wat zegt dit gedrag over mij, zoals een keurige man in therapie droomde over een potloodventer, die hij steeds maar terug in de grond stampte. Hij vond het walgelijk. Toen we de droom uitwerkten merkte hij tot zijn grote schrik dat hij in het dagelijks leven heel stiekem omging met seksualiteit. De potloodventer wilde dat hij meer open daarover zou zijn. Wanneer een energie wordt onderdrukt (zoals agressie) zal hij naarmate de mate van onderdrukking een steeds monsterachtiger symbool kiezen om je duidelijk te maken dat er iets aan de hand is.

“Als we vluchten voor onze demonen achtervolgen ze ons (Lame.T. Allione)”